Herfstvakantie: Isle of Wight

Het is herfstvakantie en dit jaar hebben we besloten om naar zuid-Engeland te gaan, naar het Isle of Wight, een eilandje net voor de kust van Portsmouth. Op maandagochtend rijden we naar Calais om daar op de trein onder het kanaal door te gaan en eenmaal in Engeland aangekomen rijden we meteen door naar Portsmouth. Het is prachtig weer en de reis schiet goed op. We hebben de boot bij Portsmouth gereserveerd om 16hr, maar zijn ruim 1,5 uur te vroeg daar. Uiteindelijk mogen we om 15hr al mee, dat is fijn! De boot doet er ongeveer 40 minuten over en in die tijd kunnen we alvast een eerste glimp van het Isle of Wight opvangen.

Omdat we flink wat vroeger zijn, besluiten we eerst langs de grote Tesco te gaan om het eea in te slaan en ook meteen wat mee te nemen als avondeten. We hebben op de boot wat gesnacked en zullen vanavond niet meer uit eten gaan. Ons hotel ligt aan de zuidpunt van het Eiland, in het plaatsje Bonchurch. Dit plaatsje ligt tegen een berg op gebouwd en we moeten via een paar steile smalle weggetjes om bij ons hotel aan te komen, maar het is de moeite waard. Het hotel, the Lake Hotel, heeft een prachtige ligging met een prachtige tuin. Je kan bijna de zee zien, die flink wat lager ligt en aan de voorkant en ook vanuit onze kamers, kijk je tegen de berg op. Een prachtig gezicht. Eigenlijk hadden we een familiekamer geboekt, maar omdat het wat rustiger was, kwam het de hoteleigenaar beter uit om ons 2 losse kamers te geven, waardoor hij een bijgebouw nu niet meer hoefde te stoken. Dus zo hadden de jongens een eigen kamer en wij ook. Geen klachten!

De volgende ochtend gingen we, na het uitstekende Engelse ontbijt, onderweg naar de zee. Dat is slechts 10 minuutjes lopen, bergaf. Beneden aan de berg is er prachtig uitzicht. Het was hoogwater en prachtig weer en we hebben ons vermaakt met langs de zee lopen, terwijl de jongens de zee uitdaagde om hen nat te spetten, wat soms ook lukte…

Na een tijdje wandelen we terug richting hotel, ditmaal over de berg; en overal kom je oude huisjes, bruggetjes en trapjes tegen. Prachtig!

Na deze wandeling besluiten we met dit prachtige weer naar het enige, open, kasteel van het eiland te rijden: Carisbrook Castle. Bij het zien van het Logo, herdoopt Bert dit meteen tot ‘Bert’s Castle’… Het is een van de mooiste kastelen die we ooit hebben gezien. Een goed bewaarde ruïne, waar je nog op heel veel stukken mag komen, mag lopen of erin kan. We zijn hier de rest van de middag wel zoet!

In het kasteel was natuurlijk ook een (klein) museum. Wat hier vooral heel leuk aan was, was dat er verschillende spullen lagen waar je gewoon aan mocht komen. Geweldig voor kinderen!

Deze avond gaan we eten bij de plaatselijke Indiër, toch nog een kwartiertje via smalle bergweggetjes naar het naastgelegen dorp. Het was erg lekker.

De volgende ochtend staan we op met regen. Dat was ook wel voorspeld, maar het is een heftige bui. Toch besluiten we op weg te gaan naar de meest westelijke punt van het eiland. Daar zitten verdedigingswerken (de Battery) bij een plek die ze de ‘Needles’ noemen. De weg erheen gaan langs de rand van de zee over een prachtige weg en dankzij de heftige buien afgewisseld met zon, worden we getrakteerd op de mooiste regenbogen. Bij de landpunt aangekomen worden we naar een parkeerplaats geleid vanaf waar we verder te voet de berg opmoeten. Het waait flink en er is nog steeds wat regen, maar wat is het adembenemend mooi hier. Al snel laten we de parkeerplaats achterons en zien we dat daaronder prachtig gekleurde kliffen zijn.

Eenmaal boven zijn we bij de verdedigingswerken. Mooie oude kanonnen die in alle richtingen gedraaid kunnen worden. Via een nauwe spiraaltrap kunnen we midden op het plein afdalen om via een nauwe tunnel naar het zoeklicht te gaan, waarmee schepen konden worden belicht die door de kanonnen geraakt moesten worden. Vanuit daar ook een prachtig uitzicht op de Needles. Dit zijn steile resten van de kliffen die als naalden uit de zee opsteken. In vroeger tijden zijn daar heel wat schipbreuken door geweest.

Terug aan de voet van de berg bezoeken we nog een glasblazer een een snoepwinkel en rijden vervolgens nog een stukje het eiland rond. We lunchen heel laat nog bij een pub en besluiten wederom wat inkopen te doen om ‘s avonds lekker op de kamer te dineren.

De volgende dag is alweer de laatste dag van de dagen op het eiland. We bezoeken vandaag 2 boerderijen, maar dan niet die van dieren, maar van bijzondere landbouw. De eerste is ‘the Garlic Farm’, die dus knoflook verbouwd, alle soorten die je kan bedenken, waaronder de zogenaamde Elephant Garlic, een superknoflook. Daar doen we ook een wandeling over het terrein, waar helaas niet veel te zien is, aangezien alle knoflook natuurlijk al geoogst is; en we eten en drinken wat in het theehuis. Alex en Bert hebben het gemberbier ontdekt dat ze allebei erg lekker vinden.

Na de garlic farm bezoeken we Bembridge, dit ligt op de meest oostelijke punt van het eiland en hier bezoeken we de plaatselijke molen. Dit is een prachtige oude molen, welke rond 17oo gebouwd is. Van binnen kan je goed zien hoe vroeger het meel werd gemalen.

Hierna vertrekken we naar de volgende boerderij op het lijstje, de Chili Farm. Hier verkopen ze allerlei soorten pepers en peperplantjes en zijn er een hoop verschillende soorten te bewonderen. We bewonderen alle verschillende soorten uitgebreid en besluiten een paar plantjes mee naar huis te nemen, om thuis ook chili’s te kweken.

De dag is al ruim over de helft en we zoeken een pub op in Shanklin. Natuurlijk kijken we verkeerd en vinden we niet echt een eetgelegenheid, maar heeft het plaatselijke supermarktje wel sandwiches, ook goed! In Shanklin ‘moet’ je ook naar de Chine. Dit is een kloof uitgesleten door een riviertjes. Je kan erlangs afdalen en onderweg vind je de prachigste planten en oude bruggetjes. Het watertje zelf, met bijbehorende waterval is niet erg indrukwekkend, maar het is een leuke wandeling!

Terug naar ons hotel komen we langs een afslag die we al een paar keer hebben gezien en die leidt naar een 11e eeuws kerkje. We besluiten de afslag te volgen en na een korte wandeling naar beneden worden verrast door een prachtig juweeltje. Sober en simpel ingericht, ademt dit kerkje en bijbehorende kerkhof een rust en kalmte uit. heel mooi.

En hiermee is er een einde aan de laatste dag gekomen. We gaan nog een keer eten bij de Indiër, die ons verheugd begroet en de volgende ochtend vertrekken we meteen na het ontbijt naar de boot bij Fishbourne, terug naar Portsmouth en werpen we een laatste blik op dit bijzondere eiland.

Maar onze vakantie is nog niet voorbij. Om de lange terugreis wat te breken hebben we een ‘toetje’ ingebouwd en overnachten we in Canterbury, een prachtig oud stadje in Kent, vlakbij de tunnel terug naar Frankrijk. Vlakbij de oude stadsmuur en een van de oude stadspoorten hebben we een oud hotelletje, The Falstaff, gevonden, waar we een mooie ruime familiekamer hebben. Vanuit het raam kunnen we nog net de poort zien.

Het is nog te vroeg om in te checken en gewapend met een kaart gaan we de stad in. Onder de poort door kom je op de hoofdweg (high street) en vanaf daar zijn heel veel oude bezienswaardigheden. Zomaar tussen de huizen door, staan soms juweeltjes van oude panden. Een daarvan is het oude Eastbridge Hospital. Nee, geen ziekenhuis, maar een hospital voor pelgrims en soldaten, waar zij gastvrij worden ontvangen en verzorgd. Even verderop komen we bij de Cathedraal, enorm en groots. Het lijken wel meerdere kerken in elkaar met ook in de crypten ‘gewoon’ nóg een cathedraal.

Een beetje moe van alle bezienswaardigheden lopen we terug naar het hotel om daar nog wat te rusten voor het avondeten. Natuurlijk bezoeken we wel nog ‘even’ de Westgate, waar een museum inzit, opnieuw met van alles om zelf aan te raken. Ook kan je helemaal naar boven, waar je een prachtig uitzicht over de stad hebt.

‘s Avonds eten we bij Little Italy, eindelijk pizza voor de jongens. Nog een laatste nachtje slapen in een hotel en dan is de vakantie echt, echt voorbij…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *